Dientamoeba fragilis veroorzaakt bij sommige mensen veel darmklachten. Voor de meest betrouwbare onderzoeksresultaten wordt gebruik gemaakt van DNA onderzoek naar Dientamoeba fragilis, middels PCR techniek. De PCR methode is ruim 10% nauwkeuriger dan de TFT (triple feces test). Bezoek www.darmklachten.nl of www.parasiet.com om een Dientamoeba fragilis test aan te vragen.

Symptomen

Dientamoeba fragilis (een eencellige darmparasiet) infectie kan verschillende klachten veroorzaken. Besmetting met Dientamoeba fragilis veroorzaakt meestal deze kenmerkende symptomen:

  • een opgezette buik,
  • een wisselend ontlastingspatroon
  • vooral bij kinderen buikpijn.
Dientamoeba fragilis
Dientamoeba fragilis is een darmparasiet. Toch staan bij een Dientamoeba fragilis infectie niet alleen darmklachten altijd voorop. Soms kunnen besmette mensen nutriënten niet goed opnemen, en hierdoor ontstaan nutrient tekorten. In zulke gevallen kan men ook last hebben van:
  • vermoeidheid
  • haaruitval
  • soms huid- of gewrichtsklachten.
Microbiologen beschouwen Dientamoeba fragilis tegenwoordig als een schadelijk organisme. Dr. Van Gool1,3 heeft een aantal artikelen gepubliceerd over Dientamoeba fragilis, o.a. in het Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde. Hij schrijft dat kinderen die besmet zijn met Dientamoeba fragilis darmparasieten vaak last hebben van klachten hebben zoals buikpijn en misselijkheid. Hij merkt ook op dat Dientamoeba fragilis besmetting regelmatig over het hoofd wordt gezien.

Risico op Dientamoeba fragilis besmetting

Dientamoeba fragilis is in Nederland de meest voorkomende schadelijke dikke darmparasiet. Blastocystis hominis komt mogelijk vaker voor, maar van Blastocystis zijn er zowel schadelijk als onschadelijke varianten. Dientamoeba fragilis is in alle gevallen schadelijk, wanneer de parasieten een bepaalde aantal bereiken. In gezonde darmen blijven de aantallen meestal beperkt. Bij verzwakte darmen kunnen de parasieten zich echter overmatig vermenigvuldigen.

Er zijn mensen die besmet zijn met een kleine aantal Dientamoeba fragilis parasieten, die geen klachten ervaren. In een bevolkingsonderzoek, waar aan 685 mensen zonder klachten deelnamen, bleek in de leeftijdgroep van 18 tot 64 jaar 17% Dientamoeba fragilis bij zich te dragen2.

Ontlastingsonderzoek op mensen die wel verdacht werden op een parasitaire infectie liet blijken dat bij meer dan 30% van de gevallen Dientamoeba fragilis aanwezig te zijn.

Vaak wordt bij buikklachten niet meteen gedacht aan besmetting met darmparasieten zoals Dientamoeba fragilis, omdat een Dientamoeba fragilis besmetting vaak geassocieerd wordt met een bezoek aan de tropen. Maar het is ook goed mogelijk om een infectie op te lopen binnen Nederland. Dit gebeurt via het toilet of door contact met mensen die dragers zijn van parasieten.

Risico op Dientamoeba fragilis besmetting wordt verhoogd wanneer men beroepsmatig met ontlasting in aanraking komt. Voorbeelden van hoge risico beroepen zijn:

  • verpleging,
  • verzorging van kleine kinderen,
  • ouderen en psychiatrische patiënten in verzorgingstehuizen,
  • loodgieters,
  • afvalverwerkers
  • of personeel van (lucht)havens en schepen.

Vaak worden meerdere personen binnen een gezin besmet.

Ontlastingsonderzoek naar Dientamoeba fragilis

Sommige kleinere laboratoria voeren de TFT nog steeds uit, maar tegenwoordig gebruiken de beste laboratoria, zoals MGlab, een veel nauwkeuriger onderzoek: de qPCR. qPCR is een methode waar onderzoek naar het DNA van Dientamoeba fragilis gedaan wordt. DNA onderzoek is ongeveer 10 % betrouwbaarder.

Dientamoeba fragilis is 7-12 µm groot, en maakt geen cysten. Dientamoeba fragilis sterft binnen 30 minuten af, als het buiten het lichaam komt (in de ontlasting). Omdat Dientamoeba fragilis geen cysten worden vormt, zijn de darmparasieten bij standaard microscopisch parasitair onderzoek niet te vinden.

DNA-analyse

De nieuwste ontwikkeling op het gebied van Dientamoeba fragilis detectie komt uit Australië. Dr. D.J. Stark ontwikkelde daar een DNA-analyse op Dientamoeba fragilis. Vervolgens heeft in Leiden dr. J.J. Verwey5 een DNA-test op Dientamoeba fragilis tot stand gebracht. Deze analyse is beschikbaar in de beste laboratoria van Nederland beschikbaar, waar het de TFT vervangen heeft.

MGlab&Advies heeft de qPCR volgens de methode Verweij ontwikkeld. De ontlasting wordt gefixeerd om afbraak van het DNA te voorkomen. Deze test vervangt de TFT.

De gentest levert meer positieve resultaten op dan de TFT. Daar de parasiet niet elke dag wordt uitgescheiden is het ook bij deze test mogelijk dat de diagnose gemist wordt. Het is daarom wenselijk om op twee opeenvolgende dagen ontlasting te verzamelen en op te sturen naar het laboratorium. De kans om de diagnose te missen is dan zeer klein.

TFT

Een tijd lang hebben laboratoria gebruik gemaakt van een fixatievloeistof bij ontlastingsonderzoek. De vloeistof wordt gebruikt om Dientamoeba fragilis te conserveren. In 1998 is door het AMC en dr. T. Mank (dr. Mank is gepromoveerd op de test) de TFT opgezet. In Amerika werd al langere tijd met een fixatievloeistof gewerkt.

De TFT heet Triple omdat de TFT uit drie buisjes bestaat. Twee van de buisjes bevatten een fixatievloeistof. Waneer de ontlasting wordt verzameld in de buisje, worden de eventueel aanwezige levende Dientamoeba fragilis geconserveerd. De patiënt moet de ontlasting op drie opeenvolgende dagen verzamelen. Het is van belang dat de patiënt op zijn minst op 1 van de 3 dagen een ontlastingsmonster neemt op het moment dat er darmklachten zijn en de ontlasting brijachtig is. De test is soms nog aan te vragen bij de huisarts, en enkele laboratoria voeren de TFT nog steeds uit, maar voor een betrouwbare resultaat wordt een DNA onderzoek aangeraden. MGlab is een van de enige laboratoria die een zeer betrouwbare qPCR onderzoek verricht voor darmparasieten.

Is Dientamoeba fragilis schadelijk (pathogeen)?

De vragen of Dientamoeba fragilis schadelijk (pathogeen) is, en of de parasiet behandeld moet worden, worden erg lang gesteld.

Het antwoord op beide vragen luidt: ‘Ja’. Omdat de parasiet zo klein is, en er relatief onschuldig uitziet (zoals een gist celletje), dachten mensen een lange tijd dat het onschadelijk was. De vragen zijn al 56 jaar geleden gesteld en vele malen positief beantwoord. Tal van studies en publicaties bevestigen dit. Hier een samenvatting:

1955 SWERDLOW MA, BURROWS RB. Am Med Assoc. 1955 May 21;158(3):176-8.Dientamoeba fragilis, an intestinal pathogen.Al vele jaren is er vraag naar de mogelijke pathogeniciteit van Dientamoeba. Patiënten die geïnfecteerd zijn, hebben symptomen die niet verdwijnen totdat de behandeling de infectie heeft geëlimineerd.
1979 Spencer MJ, Garcia LS, Chapin MR. Dientamoeba fragilis. An intestinal pathogen in children? Am J Dis Child. 1979 Apr;133(4):390-3.Een retrospectieve studie werd uitgevoerd bij 35 kinderen, bij wie Dientamoeba fragilis de enige parasiet was die werd gevonden in de darm. 32 kinderen (91%) hadden klachten. Diarree was de meest voorkomende bevinding bij patiënten met acute klachten, terwijl buikpijn vaker voor kwam bij kinderen met chronische klachten. D. fragilis moet worden beschouwd pathogeen.

1996

Butler WP. Dientamoeba fragilis. An unusual intestinal pathogen. Dig Dis Sc 1996 Sep;41(9):1811-3.

2004 Een goed en uitvoerig artikel om te lezen:Eugene H. Johnson,1* Jeffrey J. Windsor,2 and C. Graham Clark3Emerging from Obscurity: Biological, Clinical, and Diagnostic Aspects of Dientamoeba fragilis Clin Microbiol Rev. 2004 July; 17(3): 553–570.http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC452553/?tool=pubmed
2006Philippe R. Lagacé-Wiens,* Paul G. VanCaeseele,*† and Cliff Koschik†Dientamoeba fragilis: an emerging role in intestinal disease CMAJ. 2006 August 29; 175(5): 468.Recentelijk is het bewijs dat Dientamoeba fragilis diarree, buikpijn, krampen en tal van vage buikklachten geleverd. Het organisme is over de hele wereld geïsoleerd uit ontlasting van patiënten met klachten. Een onderzoek meldt dat alle 60 patiënten die met D. fragilis besmet waren symptomen hadden. Bovendien blijkt dat na succesvolle  behandeling met parasietdodende geneesmiddelen een dramatische klinische verbetering optreedt.Vaak blijkt dat patiënten – bij wie ten onrechte de diagnose prikkelbare darm syndroom werd gesteld – besmet zijn met Dientamoeba fragilis.De klachten verdwijnen door gebruik van antiparasitaire middelen. Aan patiënten met symptomen van het prikkelbare darm syndroom wordt vaak vertelt dat er niets aan hun klachten is te doen. Uit het onderzoek blijkt dat niet alleen onderzoeken nodig is, maar ook de behandeling bij een positieve vondst.Veel landen hebben eindelijk erkend dat D. fragilis als een echte pathogeen is.http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC1550747/?tool=pubmed
2010J. L. N. BARRATT G. R. BANIk, J. HARKNE, D. MARRIOTT, J. T. ELLIS and D. STARK Parasitology (2010), 137: 1867-1878  Newly defined conditions for the in vitro cultivation and cryopreservation of Dientamoeba fragilis:Dientamoeba fragilis is een pathogeen van het menselijke maag-darmkanaal en is de veel voorkomende oorzaak van diarree.

2011 Gijsbers C, Benninga M, BüllerH. Clinical and laboratory findings in 220 children with recurrent abdominal pain. Acta Paediatr. 2011 Jan 27.Doel:

Het onderzoeken van de klinische bevindingen en laboratoriumuitslagen bij kinderen met aanhoudende buikpijn.Methoden: bij kinderen met de leeftijd van 4-16 jaar werd een gestandaardiseerde anamnese afgenomen, lichamelijk onderzoek en laboratoriumonderzoek vond plaatst.De testen betroffen Helicobacter pylori, gastro-intestinale bacteriële infecties, protozoa, coeliakie, koolhydraten malabsorptie, voedselintolerantie, abdominale echografie en platte buik X-ray.Resultaten: protozoa aanwezig waren in 33% van de patiënten, meestal Dientamoeba fragilis.

Bij 12% was de oorzaak een bacteriële infectie.

Conclusie: bij kinderen met buikpijn levert een gestandaardiseerde work-up in een zeer hoog percentage afwijkingen op. Onderzoek moet plaatsvinden. In de meeste gevallen zal de oorzaak van buikklachten Dientamoeba fragilis zijn.

Dientamoeba fragilis behandeling

Wat te doen bij Dientamoeba fragilis besmetting:

1. Laat de partner en de gezinsleden nakijken. Dientamoeba fragilis sterft snel af buiten het lichaam, maar en overgedragen worden door seksueel contact, en van de WC.
2. In overleg met de huisarts kan een kuur worden voorgeschreven. Tegenwoordig zijn meerdere organismen, waaronder dientamoeba fragilis, resistenter aan het worden tegen bepaalde medicijnen. Het is daarom van belang om de kuur te ondersteunen met een geschikte dieet. Er zijn voedingsmiddelen, zoals verse knoflook olie, waar dientamoeba fragilis slecht tegen kan. Door de darmparasiet te verzwakken met natuurlijke voeding, bestaat een grotere kans om het parasiet te doden met medicatie.
3. Behandel alle besmette personen tegelijkertijd.
4. Gebruik tijdens de kuur voeding voor zoals omschreven in het boek Darmklachten.
5. Zorg voor hygiënemaatregelen in huis en op school.
6. Laat ongeveer een week na de kuur een nacontrole plaatsvinden.

Klachten en behandeling

De meeste mensen die erachter komen dat ze met Dientamoeba fragilis besmet zijn en aan behandeling beginnen, zijn al langere tijd ziek. Vaak heeft het jaren geduurd voordat de oorzaak van de klachten werd opgespoord. Kinderen die behandeld worden hebben vaak buikpijn, zijn bleek en gaan soms niet langer naar school.

De wetenschapper Stark die tal van publicaties op zijn naam heeft staan, stelde vast dat 77% van de kinderen die besmet zijn met Dientamoeba fragilis buikpijn heeft en 72% afwijkende ontlasting. In Nederland verschenen een aantal publicaties over het onderwerp Dientamoeba fragilis. In 2013 beschreef Schure dat van de 238 kinderen die besmet waren met Dientamoeba fragilis 72% buikpijn had en 33% brijachtige ontlasting.

 

Besmettelijkheid

De stelling is dat er bij klachten wordt behandeld. Wanneer wij de klachten centraal stellen dan is de discussie over schadelijkheid van Dientamoeba fragilis overbodig. Wel brengt dat ons bij een belangrijk probleem. De parasiet is besmettelijk. Een partner of gezinslid met parasieten heeft vaak geen klachten, maar zij vormen wel een besmettingsbron.

Bij besmettelijke aandoeningen gelden andere regels. Het is niet verstandig om een persoon te behandelen wanneer er meerdere mensen in de omgeving zijn die besmet zijn.

Het antwoord op de vraag ‘moet je bij een Dientamoeba fragilis besmetting behandeld worden?’, is:

  1. Indien je alleen woont niemand besmet door goede hygiëne en geen klachten hebt: nee dan is een behandeling niet nodig.
  2. Wanneer je langere tijd klachten hebt, wordt een behandeling aangeraden.
  3. Bij besmetting van de partner of meerdere personen binnen het gezin wordt iedereen behandeld, ook diegenen die geen symptomen hebben.

 

Medicijnen

De behandeling van parasieten wordt systematisch aangepakt.

Keuze van het medicijn

Alle besmette personen van het gezin worden behandeld

Voedingsadvies

De nacontrole moet een week later plaatsvinden.

 

Medicijnen en voorbereiding

Er zijn twee medicijnen beschikbaar, clioquinol en paramomycine, zij hebben beide een slagingskans van 75%.

  • De eerste keuze voor de behandeling van Dientamoeba fragilis en Blastocystis hominis is clioquinol. Al in 2000 werd over dit middel gepubliceerd in het Nederlandse Tijdschrift van Geneeskunde. In dat jaar werden de bereidingsinstructies gepubliceerd in het Farmaceutisch Weekblad.
  • De kans van slagen neemt toe wanneer tegelijkertijd ook de voeding wordt aangepast. Je kan het immuunsysteem stimuleren en de samenstelling van de darmflora verbeteren door veel groeten te gebruiken en producten zoals zeewier, shiitake paddenstoelen en kruiden. Ook bouillon verbetert de weerstand. (Je moet dan niet aan een bouillonblokje denken, maar bijvoorbeeld een kippensoep die je uren lang laat trekken.

 

Metronidazol

Metronidazol moet worden vermeden. Hoewel metronidazol in bijna de helft van de gevallen faalt en schade aanricht aan de darmflora én de parasiet, kiest de arts toch in veel gevallen voor metronidazol. Een van de redenen is dat zij clioquinol niet goed durven voor te schrijven. Daar zijn twee redenen voor. Clioquinol is niet een kant-en klaar middel. Het is een grondstof: het medicijn wordt door de apotheker bereid met de hand. De tweede reden is dat Clioquinol vanwege zijn geschiedenis gezien wordt als een schadelijk medicijn.

 

Geschiedenis

Clioquinol heeft een lange voorgeschiedenis. Clioquinol is oorspronkelijk op de markt gebracht als middel tegen de besmetting met amoeben, het middel was jaren lang beschikbaar onder de naam Enterovioform.

In 1970 werd het gebruik van Clioquinol in verband werd gebracht met schade aan de oogzenuw en blindheid die bij 10.000 mensen optraden, met name in Japan. Het medicijn werd om die reden van de markt gehaald. Ook al werd het middel door meer 500 miljoen mensen gebruikt die geen klachten hadden ondervonden. In India waar het middel op grote schaal werd gebruikt en in Amerika waar Clioquinol voorgeschreven werd kwamen deze complicaties niet voor.

Clioquinol is in het jaar 2000 weer beschikbaar gemaakt en de afgelopen 14 jaar in Nederland gebruikt. Er hebben zich tot nu toe geen complicaties voorgedaan, anders dan hoofdpijn, misselijkheid bij mensen die een trage leverfunctie hebben, en zelden maagpijn of een allergische reactie.

 

Clioquinol beperkingen

  1. Clioquinol bevat het conserveringsmiddel, methylparahydroxybenzoaat, een allergie hiervoor komt niet vaak voor maar is mogelijk.
  2. Clioquinol bevat jodium, dus opletten bij mensen met schildklieraandoeningen. Tijdens borstvoeding beter niet gebruiken of de melk van te voren afkolven.
  3. Een week van te voren beginnen met 20 mg zink per dag, voor kinderen de helft. Clioquinol onttrekt zink aan het lichaam
  4. Mensen met een trage leverwering of leverfunctie stoornissen en een sterke intolerantie voor chemische stoffen, kunnen mogelijk de kuur niet afmaken door klachten zoals hoofdpijn en misselijkheid.

Clioquinol kan klachten veroorzaken die te vergelijken zijn met een kater. Wanner je na een paar dagen heel erg misselijk wordt en hevige hoofdpijn krijgt moet je direct stoppen, maar je hoeft je geen zorgen te maken want er is niets beschadigd.

De klachten treden vooral op bij mensen die gevoelig zijn voor alcohol en chemische stoffen. De natuurgeneeskundige praktijk wordt vaak bezocht door mensen die geen alcohol verdragen, chemische intoleranties hebben of overgevoelig zijn voor luchtjes. De ervaring heeft geleerd dat zij in veel gevallen niet tegen clioquinol kunnen.

 

Dosering

Clioquinol wordt bij een besmetting met Dientamoeba fragilis of Blastocystis hominis voorgeschreven aan volwassenen in de dosering van driemaal daags 250 mg gedurende tien dagen. Dat is in totaal 7.5 gram.

Wanneer de totale inname van clioquinol de 10 gram niet overschrijdt, zijn er geen schadelijke bijwerkingen.

Kinderen behandelt men met 15 mg per kilo lichaamsgewicht per dag. De grondstof wordt bereid in een drankje en mag niet in capsule vorm worden aangeboden.

Baby’s en heel jonge kinderen mogen niet worden behandeld met clioquinol. Ik wil heel nadrukkelijk stellen dat de behandeling altijd moet plaatsvinden in overleg met de huisarts of specialist. Neem nooit zelf medicijnen zonder recept.

 

Herhaling kuur

In 2014 werd gewaarschuwd: Clioquinol mag niet te vaak worden gebruiken of mogelijk slechts een maal in het leven. Het volgende advies werd opgenomen in de medicijn instructies van clioquinol ‘vanwege de neurotoxiciteit die bij een cumulatieve dosis van 10 gram kan optreden, men na dient te gaan of clioquinol ooit eerder gebruikt is’.

Dat roept nogal wat vragen op.

Cumulatief betekent opstapeling. Regelmatig wordt de vraag gesteld: ‘kan ik nog een keer clioquinol gebruiken, ik heb gehoord dat in verband met het cumulatieve effect, je het maar eenmaal mag innemen?

Sommige artsen stellen dat de kuur niet mag worden herhaald en het maximale gebruik voor je hele leven in totaal 10 gram is.

Bij navraag bij de Stichting Werkgroep Antibioticabeleid wordt het advies gegeven om het gebruik van clioquinol te beperken tot maximaal 3 kuren per jaar. Je moet minimaal 2 maanden wachten voordat je het weer kan gebruiken.

 

MEDISCH KOMPASFarmacotherapeutisch KompasDe dosering van clioquinol is 7.5 gram verdeeld over 10 dagen.Bij inname van een cumulatieve dosis van 10–50 g kan ‘subacute myelo–optico–neuropathie’ (oogzenuw beschadiging) optreden door degeneratie van de achterstrengen van het ruggenmerg en van de gezichtszenuw. Bijbehorende symptomen zijn in het begin acute of chronische buikpijn met diarree, gevolgd door sensibiliteits- en motorische stoornissen. Ook kunnen visusstoornissen optreden, die tot blindheid kunnen leiden. Cumulatief is optellend, dus wanneer je bij een tweede kuur de doseringen op zou tellen, krijg je 15 gram naar binnen.Dit kan geïnterpreteerd worden dat je slechts een maal in je leven het middel kan gebruiken.

 

De Stichting Werkgroep antibioticabeleid adviseert in de richtlijnen van 2014 om accumulatie van clioquinol te voorkomen door het gebruik van clioquinol te beperken tot maximaal 3 kuren per jaar en minimaal een interval van 2 maanden aan te houden.

 

Clioquinol en Japan

Wereldwijd zijn er geen ernstige complicaties opgetreden. Is Clioquinol mogelijk toch gevaarlijk? Na de tweede wereldoorlog traden de problemen bijna uitsluitend op in Japan. Onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat de schade aan de oogzenuw of de neurologische klachten die men in Japan ondervond door clioquinol gebruik voor een groot deel niet door de toediening van dit middel kwam.

Er werden aan het einde van de tweede wereldoorlog twee atoombommen op Japan geworpen. Mensen in Japan en omgeving hadden een verzwakt immuunsysteem. Veel mensen waren aan bestraling blootgesteld. Een tweede probleem was ondervoeding, dat samen gaat met een tekort aan vitaminen en mineralen. Een tekort aan zink doet de weerstand dalen en de kans op complicaties bij gebruik van clioquinol toenemen.

 

Zink

Clioquinol is een zink-chelator. Dat wil zeggen dat clioquinol zink bindt en aan het lichaam onttrekt. Een zinktekort wordt hierdoor versterkt. Een zink gebrek als gevolg van slechte voeding is een wereldwijd probleem. Het is niet gemakkelijk om genoeg zink uit de voeding te halen, behalve in oesters en kreeft treft je maar weinig zink aan in voedsel. De behoefte is 10 mg zink per dag. Een zinktekort kan een laag geboortegewicht veroorzaken, abnormale foetale ontwikkeling, diabetes, schizofrenie, een afgenomen afweer en een verminderde intellectuele ontwikkeling. Bij muizen leidt een acuut tekort aan zink tot snel gewichtsverlies, een verstoorde darmintegriteit en uiteindelijk de dood. Mensen met de ziekte van Crohn, coeliakie of alcoholisme absorberen zink niet goed en hebben vaak een gebrek.

 

Het is van belang om tijdens een clioquinolkuur 20 tot 25 mg zink per dag voor te schrijven. Begin er in ieder geval een week van tevoren mee. Kinderen 15 mg per dag.

 

De darmflora en Clioquinol

Clioquinol is geen antibioticum. Laboratorium onderzoek laat zien dat metronidazol gebruik een daling van de darmflora veroorzaakt. Clostridium, Veillonella, Prevotella en Eubacteria soorten dalen in aantallen. Clioquinol heeft in de darm slechts geringe anti-bacteriële werking. Er treedt geen daling op van de gunstige E.coli bacteriën in de darm. Ook laat gebruik van dit medicijn de Clostridium en Veillonella soorten intact.

Bij ontstekingsreacties van de darmwand neemt de binding van parasieten toe, terwijl clioquinol de hechting van parasieten doet afnemen. Het is een krachtig middel dat de verkleving tegengaat.

 

Bescherming door clioquinol

Wanneer je muizen 2000 mg Clioquinol per kg lichaamsgewicht toedient, zie je geen toxische reacties (de dosering bij kinderen is 15 mg per kg). Opmerkelijk is dat clioquinol werkt als een krachtige antioxidant. Het wordt voorgeschreven aan mensen met hersenaandoeningen, bijvoorbeeld bij de ziekten van Alzheimer. Bij muizen heeft gebruik van clioquinol in combinatie met zinksuppletie een gunstig effect op de hersenen. Het voorkomt de aftakeling van de hersencellen niet maar stimuleert wel de aanmaak van zenuwstamcellen. Gebruik herstelt ook de stamceldeling in de darm, dit veroorzaakt een versnelde groei van de muizen en een dramatisch toegenomen van levensduur.

Een andere studie laat zien dat gebruik kankercellen doet afsterven. Clioquinol stimuleert het proces van zelfdestructie van schadelijke cellen die ontstaan bij leukemie

 

Instructies

  • Een week van te voren moet je beginnen met zink 25 mg per dag, kinderen 10-15 mg.
  • Belangrijk is het flesje voor gebruik te schudden daar het medicijn naar beneden zakt.
  • Neem het middel om de 8 of 7 uur, bijvoorbeeld om 7 uur in de ochtend,

om 15.00 en 23.00 uur. Eet er een beetje soep, sla of yoghurt bij, zodat het medicijn niet in een lege maag terechtkomt. Drink gedurende de dag voldoende water, zodat het medicijn goed kan worden uitgeplast.

  • Wanner je na een paar dagen heel erg misselijk wordt en hevige hoofdpijn krijgt moet je direct stoppen, maar je hoeft je geen zorgen te maken want er is niets beschadigd.

Een week later vindt de nacontrole plaats.

 

Paromomycine

Paromomycinesulfaat is een antibioticum. Gebruik veroorzaakt vaak een tijdelijke daling van de darmflora. Het is belangrijk om voor het gebruik de darmflora te analyseren, zo kan je voor het gebruik van de medicijnen de darmflora robuuster maken indien nodig.

In het jaar 2001 deed drs. Saskia van As een vergelijkend onderzoek naar het effect van medicijnen op Dientamoeba fragilis. Eén groep patiënten werd behandeld met clioquinol en de andere groep met paromomycine. Paromomycine werd voorgeschreven voor vier dagen en bleek voor 100% succes te hebben; het was effectiever dan een week clioquinol.

De afgelopen jaren is het succes van de paromomycine behandeling sterk afgenomen. In 2014 was effectiviteit van een paromomycine kuur van zeven dagen gedaald naar 75%. De slagingskans is nu dus even groot als die van clioquinol.

Het wordt voorgeschreven in een dosering van 3 maal daags 500 mg gedurende 7 dagen, sommige artsen schrijven het middel 10 dagen voor. Kinderen gebruiken 35 mg per kilo gewicht per dag.

Het medicijn wordt slechts voor 20% opgenomen in het bloed, de medicijnspiegels in het bloed zijn zeer laag. Acute vergiftiging treedt pas op wanneer men tienmaal de normale dosering slikt.

Paromomycine wordt beter verdragen dan clioquinol door mensen met chemische overgevoeligheden.

Het nadeel van het gebruik van dit middel is dat een antibioticum is dat ook gezonde bacteriën in de darm doodt.

 

Darmflora

Paromomycine doodt darmvriendelijke bacteriën. De aantallen Lactobacillus spp. en Escherichia coli nemen af, ook andere gunstige vaste darmbewoners dalen in aantal. Het is daarom aan te bevelen om een uitvoerige darmflora-analyse te laten maken vóór de kuur. Je kan dan beoordelen of er een sprake is van een Candida overgroei of een daling van gunstige bacteriën. Vooral bij kinderen die al meerdere malen antibiotica hebben gebruikt, is het maken van een darmflora-analyse van belang. Het milieu van de darm moet eerst worden verbeterd.

 

Dieet in combinatie met de kuur

Bij een daling van het aantal gunstige bacteriesoorten wordt aangeraden om de darmflora vóór de kuur te herstellen. Je begint in ieder geval twee weken voor de kuur met het eten van grote hoeveelheden groenten, bouillon en vette vis. Granen worden weggelaten.

Wanneer de darmflora is hersteld, doen zich minder complicaties voor.

Drie weken na afronding van de paromomycine kuur kan opnieuw een darmflora-analyse worden gemaakt om er zeker van te zijn dat de darm zich goed heeft hersteld.

 

Ook bij een normale darmflora is het advies 10 dagen van te voren te beginnen met het groenten dieet. Een deel van de mensen die dit medicijn gebruikten ontwikkelt darmklachten zoals vaker gebeurt bij antibioticagebruik. Ongeveer 4% van de volwassenen die drs. Van As heeft behandeld, voelde zich moe na een kuur en vond dat zij er slecht aan toe waren; zij hadden minder last gehad van de parasieten dan van de kuur. Des te belangrijker is het om een optimaal dieet te volgen om de schade aan de darmflora te beperken.

 

Zwangerschap

Regelmatig wordt bij aanstaande moeders een parasitaire infectie aangetoond.

Het is altijd een moeilijke beslissing om medicijnen te gebruiken tijdens de

zwangerschap. Natuurlijk stelt men gebruik van geneesmiddelen het liefst uit tot na de bevalling. Maar in dit geval geldt dat niet. Het is beter om een Dientamoeba infectie tijdig te behandelen, zodat de moeder geen parasieten op het kindje overdraagt. Wanneer de baby parasieten naar binnen krijgt tijdens de bevalling, kan het kindje diarree en buikpijn krijgen, terwijl er niets aan de klachten kan worden gedaan.

Baby’s mogen namelijk niet met anti-parasitaire middelen behandeld worden, omdat hun darm te veel medicijnen absorbeert. Het gebruik van paromomycine is daardoor voor hen gevaarlijk.

In de bijsluiter van paromomycine wordt aangegeven dat het middel niet gebruikt kan worden bij zwangerschap. Medicijnen moeten niet te vroeg in de zwangerschap gebruikt worden. In tal van artikelen wordt echter aangegeven dat gebruik veilig is gedurende de laatste termijn van zwangerschap. De medicijnen worden slechts voor een deel in het bloed opgenomen via de darm. Men ziet zeer lage medicijnspiegels in het bloed. Dierexperimenten tonen aan dat zwangere vrouwtjes die heel hoge doseringen paromomycine krijgen toegediend gezonde nakomelingen krijgen, zonder aangeboren afwijkingen.

Wanneer de moeder tenminste een maand vóór de bevalling wordt behandeld, blijft er voldoende tijd over om de darmflora te herstellen zodat de baby met een goede flora wordt geënt tijdens de geboorte. Ook bij besmetting met Giardia lamblia tijdens de zwangerschap wordt paromomycine aangeraden.

 

Verkrijgbaarheid

Paromomycine is niet in de handel in Nederland. Paromomycine wordt in Nederland en Duitsland ook Humatin® genoemd en is niet verboden of gevaarlijk, maar is om technische redenen in Nederland nooit op de markt gebracht.

De huisarts kan een artsenverklaring tekenen waarmee de apotheker het middel kan aanvragen via de internationale apotheek, maar bestelling via Nederland is zeer prijzig. Het is veel voordeliger om paromomycine in België te bestellen, het heet daar Gabbroral®.

Dit medicijn mag niet gebruikt worden door mensen met een slechte nierfunctie. Omdat paromomycine ook wordt toegepast in de diergeneeskunde is er veel over bekend. Het Europese agentschap voor evaluatie van medicijnen in de diergeneeskunde (EMEA) bracht in 2000 een gedetailleerd rapport uit over dit medicijn. Hun website bevat veel informatie.

 

Nacontrole

Nadat je de medicijnen hebt ingenomen wil je natuurlijk graag weten of de parasieten ook echt weg zijn. Nadat je de medicijnen hebt gebruikt stuur je 7 dagen later opnieuw een ontlastingsmonster in om te zien of de parasieten weg zijn. Clioquinol doodt niet bij iedereen alle parasieten. Bij een op de vier mensen mislukt de kuur. De meeste mensen merken zelf al dat de klachten zijn verdwenen. Anderen hebben het idee dat de kuur is mislukt en dat is dan ook vaak zo. Toch moet je harde bewijzen hebben.

Er wordt vaak geadviseerd om 6 weken te wachten voordat je een nacontrole doet, voor het geval dat het DNA van de afgestorven parasieten nog een reactie geeft. De dode parasieten zijn bij een normaal ontlastingspatroon na een week verdwenen. Het is van belang om zo snel mogelijk te weten of de kuur is aangeslagen. Bij het mislukken kan je een tweede kuur nemen. Een snelle behandeling is belangrijk daar de andere gezinsleden opnieuw besmet kunnen raken. Dan moet je weer van voren af aan beginnen.

 

Preventie

Een belangrijke stap is een bezoek aan de wastafel. Je kan samen met de kinderen oefenen om de handen te wassen. Neem een gewoon stukje zeep, het hoeft geen pompje te zijn en zeker geen ontsmettend middel. Maak de handen goed nat en wrijf de zeep in de handen. De meeste kinderen spoelen de handen te snel af. Je wrijft de handen samen totdat er mooie bubbels verschijnen. Je telt tot 20 of zingt een liedje. De 20 seconde wassen regel is belangrijk. De volgende stap is dat de handen worden afgedroogd met een papieren handdoek. Vervolgens wordt de kraan dichtgedaan met het papier. Indien er op school geen papieren handdoeken zijn om de handen mee af te drogen, kan je de kinderen papieren zakdoekjes meegeven.

 

Samenvatting

Bij mensen met chronische darmklachten wordt bij 36% Dientamoeba fragilis aangetroffen. Besmetting veroorzaakt klachten die overeenkomen met het prikkelbare darm syndroom. Iedereen met dit klachtenpatroon kan onderzocht worden op parasieten. Besmetting kan ook chronische vermoeidheid, huidaandoeningen en psychische klachten tot gevolg hebben. Kinderen met huidaandoeningen zullen vaak parasieten of wormen hebben; daarom is onderzoek van belang.

Drs. Van As heeft veel gezinnen en kinderen begeleid die besmet waren met darmparasieten. En het is opvallend dat meestal er in het gezin kinderen zijn die bleker en vermoeid zijn, die als kind al darmklachten hadden. Deze kinderen hebben vaak broertjes en zusjes die ook besmet zijn, maar geen klachten hebben. De les die daar uit te leren valt is dat minder gezonde kinderen eerder klachten krijgen bij besmetting. Ook de kinderen zonder klachten worden behandeld in het belang van het kind dat ziek is. Het is een groep actie.

Om het hele gezin parasiet vrij te krijgen beschrijft Drs. Van As wel als een militaire operatie: je spant je tot het uiterste in want je wil in een keer slagen.

 

Alle mensen met darmklachten en misselijkheid laten onderzoeken. Een test op Dientamoeba fragilis kan aangevraagd worden op darmklachten.nl.

Dientamoeba fragilis staat al bijna een eeuw als ziekteverwekkend bekend.

Bij besmetting de gezinsleden en de partner na laten kijken.

Iedereen die besmet is, moet tegelijkertijd worden behandeld.

Eén week voor en tijdens de kuur wordt een zetmeelarm dieet met gebruikt

Er zijn twee therapiemogelijkheden:

Clioquinol gedurende 10 dagen met een slagingskans van 75%

Paromomycine, een antibioticum voor 7 dagen dat ook een slagingskans heeft van 75%.

 

Mensen met leverproblemen of chemische intoleranties, kunnen met paromomycine worden behandeld. Paromomycine kan je best op recept halen in België.

Wanneer de parasiet niet weg is volgt er een kuur met het middel dat nog niet eerder gebruikt is. Bij paromomycine gebruik is herstel van de darmflora belangrijk en kan indien gewenst kan een analyse van de darmflora worden gemaakt.

 

Referenties

1. Van Gool T, Dankert J. Three emerging protozoal infections in The Netherlands: Cyclospora, Dientamoeba, and Microspora infections. NTvG januari 1996 (140(3):155-60).

2. Rayan HZIsmail OAEl Gayar EK. Prevalence and clinical features of Dientamoeba fragilis infections in patients suspected to have intestinal parasitic infection. J Egypt Soc Parasitol. 2007 Aug;37(2):599-608.

3. Van Gool T, Weijts R, Lommerse E, Mank TG.Triple feces test: an effective tool for detection of intestinal parasites in routine clinical practice. Eur J Clin Microb. Infect Dis 2003 May;22(5):284-90.

4. Stark DJBeebe NMarriott DEllis JTHarkness J. Dientamoebiasis: clinical importance and recent advances. Trends Parasitol. 2006 Feb;22(2):92-6. Epub 2005 Dec 27.

5. Verweij JJ, Mulder B, Poell B, van Middelkoop D, Brienen EAT, van Lieshout L. Real-time PCR for the detection of Dientamoeba fragilis in fecal samples. Mol Cell Probes. 2007 May 29; 17587544 (P,S,G,E,B,D).